Een intramuraal geneesmiddel dat in Nederland in de handel wordt gebracht, stroomt in principe automatisch als geneeskundige zorg het basispakket in zodra de behandeling met het middel voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Op dit uitgangspunt van automatische instroom is een uitzondering gemaakt voor dure intramurale geneesmiddelen, via de zogeheten ‘sluis’. Als een geneesmiddel in de sluis is geplaatst, is een besluit van de minister van VWS nodig voor instroom in het basispakket (opheffen van de uitzondering van de sluis). Pas na een beoordeling door het Zorginstituut Nederland en (vertrouwelijke) onderhandelingen tussen VWS en fabrikant wordt een sluismiddel eventueel toegelaten tot het basispakket.
In de praktijk leiden de sluis, de lange doorlooptijden bij het Zorginstituut en lange onderhandelprocedures tot vertraging in brede beschikbaarheid van geneesmiddelen voor patiënten. Soms stelt een leverancier een geneesmiddel tijdens de sluisprocedure tijdelijk gratis ter beschikking. Dit is niet wettelijk verplicht en mede door de lange duur van de sluisprocedures neemt de bereidheid hiervoor af. Het komt ook voor dat patiënten voor een behandeling moeten uitwijken naar het buitenland, omdat het geneesmiddel daar wel wordt voorgeschreven.
Aan bod komt:
• Europeesrechtelijke context
• Hoe werkt de sluis: criteria, procedure, onderhandelingen, financiële arrangementen
• Rechtsbescherming
• Toegang tot intramurale geneesmiddelen tijdens de sluis:
o Ethische en juridische aspecten bij kosteloze verstrekking
o De geneeskundige behandelingsovereenkomst en de weigering om een sluisgeneesmiddel voor te schrijven
o Vergoeding van de behandeling met een sluisgeneesmiddel in het buitenland
• Feiten en cijfers, inclusief een internationaal perspectief (o.a. OECD Country Health Profile, de EFPIA WAIT indicator)
• Toekomstbestendig stelsel geneesmiddelen (TSG)